dinsdag 8 januari 2013

Op je gezondheid!


Gelukkig voel ik me gezond. Natuurlijk is er zo nu en dan wel iets goed mis geweest, maar over het algemeen geniet ik mijn hele leven al van een lijf dat het doet. Dit is iets om heel dankbaar voor te zijn. Nu hebben we veel medische kennis over het lijf beschikbaar en veel artsen die ons weer kunnen oplappen. Samen met al die anderen werken ze in de ‘gezondheidszorg’. Maar... eigenlijk klopt dat helemaal niet. Deze mensen werken allemaal in de ziekte-zorg. Hier vind je veel meer mensen dan aan de andere kant van de streep: mensen die hun werk maken van preventie en die zich bezig houden met de lifestyle van gezonde mensen.

We doen hier altijd wat lacherig over het feit dat men in oosterse landen de dokter betaalt als je gezond bent, waardoor je verzekerd bent van zorg als het een keer mis gaat. Voor ons de omgekeerde wereld; we zouden er niet óp komen. Maar zo stom is dat helemaal niet. Eigenlijk, dit is een veel beter systeem. Hiermee ben je meer gefocust op  je eigen wel-bevinden. Bovendien is het denkspoor: Gezond Blijven. Bij ons is dat: ‘Niet Ziek Worden’. En zoals je waarschijnlijk weet kunnen onze hersenen het woordje ‘niet’ niet adequaat verwerken. De boodschap die wij onszelf dus geven is: Ziek Worden. Ziekworden. Niet ziekworden. Pas op, niet ziek worden. En als je dat dan vervolgens toch geworden bent: Hoera, daar is de dokter!

Ik kreeg onlangs zomaar een interessant boek dat gaat over gezondheid en ouder worden. Nu ben ik zelf de zestig zojuist gepasseerd en ben ik dus aan mijn ‘derde helft’ begonnen. In dit wetenschappelijk werk werd me duidelijk dat zeventig procent van de ziekten, die ouderen na hun zestigste krijgen, ligt aan de manier waarop ze met hun nog gezonde lijf omgaan. Kanker en aanverwante narigheid valt onder de dertig procent die overblijft; we moeten wel érgens aan dood gaan. Alleen, het hoeft geen langzaam aftakelingsproces te zijn; het is echt mogelijk om lang gezond te blijven. En dan ineens: floep, naar de hemel. Zeventig procent! Dat is de moeite, en dat ligt dus in mijn eigen handen. Weg met de dokter!

‘Als je geen tijd besteed aan je lijf als je gezond bent, moet je het wel doen als je ziek bent.’ Deze slogan, die ik van mijn yogalerares hoorde, past heel goed bij deze uitkomsten. Je lijf is het huis waarin je woont. Je hébt een lijf, en daar kun je op allerlei manieren mee omspringen. Er is ruim voldoende informatie over te vinden, van damesbladen tot internet, en je kunt niet meer zeggen dat je niet weet hoe dat moet. Gezondheid is, althans voor het grootste deel, een keuze.

Met al deze nieuwe inzichten hoort ook nieuwe actie. Ik ben gaan roeien en Margreet is mijn roei-instructeur. Ze kan geweldig lesgeven en ze vindt het leuk om met beginners op te trekken. Ik moest even met mijn ogen knipperen toen ze vertelde hoe lang ze al roeide: 70 jaar. ‘Huh?’ Dan ben je nu... Inderdaad, Margreet is 85. En zeer levendig.
‘Margreet, mag ik vragen: hoe dóe je dat?’
Margreet moet lachen. ‘Gewoon, in beweging blijven’, zegt ze olijk.
‘Keer of drie keer in de week in de roeiboot, weer of geen weer. Als je eenmaal in de boot zit, maakt het niets meer uit. Het enige lastige moment is om de deur uit te gaan’.
‘Is dat alles?’ vraag ik met stijgende bewondering. Want als ik haar zie lopen, zie ik wel dat het allemaal niet heel vlug meer gaat.
‘Nou en verder de suiker eruit, he, en de meeste koolhydraten. Daar werd ik trouwens heel moe van. Als ik veel noten eet, veel fruit en vis, voel ik me kiplekker. Oja, ook de melk en aanverwante artikelen heb ik er allang uitgegooid. Ik snap niet dat ze daar nog steeds allerhande sprookjes over vertellen. Melk is voor kalveren. En voor babies’.
‘Verder nog tips?’ vraag ik, terwijl ik bedenk dat ik wel heel erg van bruine boterhammen met kaas houd.
‘Tja, je moet natuurlijk wel een beetje jeugdig willen blijven en het echt willen. En dat je niet met andere oudjes over je kwaaltjes moet gaan zitten ouwebetten. Want die praten je allemaal de put in met die dooddoeners dat ouderdom nu eenmaal met gebreken komt. Onzin.’

Het is allemaal niet toevallig. Zestig worden, een yogajuf die me wakker maakt, een boek dat zomaar uit de lucht komt vallen en dan een levend voorbeeld ontmoeten in de persoon van mijn roei –instructeur. Van al het gedrag dat ik in mijn leven stap voor stap heb moeten bijsturen, is anders eten wel het makkelijkste geweest. Ik heb me stevig voorgenomen dat ik bij die zeventig procent ga horen. En als er dan op gegeven moment toch iets aan de knikker is, tant pis. Het aanvaarden dat er ooit een end aankomt, geeft iedere dag meer kleur.